Achterdeuren

Op het eerste gezicht hebben voor,- en achterdeuren veel gemeen. Toch zijn er duidelijke verschillen. Terwijl voordeuren bijna altijd naar binnen draaien, openen achterdeuren bijna altijd naar buiten. Voordeuren zijn altijd aan de onderkant voorzien van een weldorpel, bedoeld om het lekwater af te voeren. Een achterdeur is vaak voorzien van een glasvak.

Weerstandsklasse 2
Een keukendeur of een een deur voor schuur of garage zijn onderhevig aan de grillen van ons klimaat en moeten dus extra weerbestendig zijn. Deze deuren voldoen, – mits voorzien van inbraakwerend hang,- en sluitwerk – aan weerstandklasse 2. De deur is daarmee geschikt voor toepassing binnen het Politie Keurmerk Veilig Wonen. Aan de hand van een test wordt bepaald of de deur weerstand biedt tegen inbraakpogingen. Weerstandsklasse 2 betekent dat een gelegenheidsinbreker met eenvoudig gereedschap niet binnen kan treden. 

Er zijn twee constructieprincipes; de stapeldorpelconstructie en de uitvoering met een paneel. De meest universele is de stapeldorpeldeur. Het woord zegt het al: de borstwering wordt gevormd door de gestapelde dorpels. Dit heeft als voordeel dat de hoogte van de borstwering vrij te kiezen is; telkens een stapje van ongeveer tien centimeter. Het is zelfs mogelijk om de deur over de volle hoogte van dorpels te voorzien. Die uitvoering wordt vooral toegepast voor schuren en garages.

Tuin en terras
Modellen met een lage borstwering zijn uitermate geschikt als tuin,- en terrasdeuren. Deze laten het licht ongehinderd binnenkomen en geven tegelijk een goed uitzicht. Bij deze deuren worden desgewenst losse roeden geleverd die op de ruit worden gemonteerd.